15-08-04

Over toppen en dalen

De Volwassene weet zich geen raad met zichzelf. Vorig jaar na haar ontslag had ze het al erg moeilijk. Maar nu is het nog veel erger. Zeer zware slaapproblemen op nieuw.Gisteren is ze meer dan 24 uur wakker gebleven. Ze had gedacht, gehoopt dat ze na een nacht en een dag zonder slaap wel zou omvallen van vermoeidheid. Maar nee. Het duurde even lang als anders voor ze de slaap kon vatten. Eens ze sliep, sliep ze wel goed. Pas om 17u is ze opgestaan. Zo was het vorig jaar ook. Toen sliep ze vaker overdag dan 's nachts. Het had geduurd tot ze nieuwe medicatie kreeg. Die neemt ze nu nog steeds, maar helpen doet het niet. Ze heeft al eens aan haar Huisarts gevraagd of de dosis misschien zou moeten verhoogd worden. Maar hij dacht dat dat niet veel zou uithalen.

Maar wat nog erger is, ze verwaarloost zichzelf. Zelfs hier, onder de beschutting vanbetrekkelijke anonimiteit, durft ze niet toe te geven hoezeer. Niemand weet het, alleenzijzelf en zij schaamt zich diep. Maar het verhelpen kan ze ook niet. Ik ben heel diepgezakt, denkt ze, en ze breekt zich het hoofd erover hoe ze zichzelf uit dit dal moethalen.

Dal. Het woord alleen al herinnert haar aan het vreselijke woord 'depressie'. Ietswaarmee ze in haar leven al veel te vaak geconfronteerd was geweest. Het woord dat haar Huisarts en zijn collegae veel te vaak naar haar zin in de mond namen. Maar, denkt de Volwassene, als ik mezelf nu zou zien door de ogen van iemand anders, wat zou ik dan denken.

Het antwoord op die vraag maakte dat ze uit haar bed kwam, waar ze toch maar lag te draaien, en hier nu op dit vroege uur achter haar pc zit. Omdat ze dacht dat het haarmisschien zou helpen als ze erover zou schrijven. Dat raadt de Psychologe tocgh altijdaan. En ze moet toegeven dat het haar inderdaad al vaak geholpen heeft.

Als ik mezelf zou zien, nu, door de ogen van iemand anders, dan zou ik me serieuszorgen maken, denkt de Volwassene. Maar niemand lijkt zich zorgen over haar te maken. Dat is het grootste verdriet van haar leven. Dat niemand het ooit lijkt te merken als het niet goed met haar gaat. Zelfs zijzelf niet, merkt ze schamper op. Want dat is het uiteindelijk. Al heel haar leven lang heeft ze zich sterk gehouden. Geen wonder dat mensen niets merken, het is ook niet alsof ze iets laat blijken. Maar nu slaagt ze er zelfs al in zichzelf te verschalken. Want het is pas nu, door even die oefening te maken, zichzelf te bekijken alsof ze iemand anders is, dat ze beseft heeft hoe erg het is. En ze weet ook dat dit gevoel van helderheid wellicht niet lang zal duren. Het gros van haar tijd brengt ze in een soort roes door: veel slapen, veel lezen, tussendoor wat foto's maken, blogjes lezen en onderhouden en andere internetactiviteiten.

Ook dat was vorig jaar zo. De Volwassene weet dat het eigenlijk niet echt de pillenwaren die haar toen geholpen hebben. Het is iets wat je zelf moet doen. Het diepste dalvan de depressie, daar hoeft ze niet meer voor te vrezen. Ze is daar geweest en is ervanteruggekomen, letterlijk én figuurlijk. Maar de apathie waar ze sindsdien soms aan lijdt,valt dat niet evengoed onder de noemer depressie? Als ze eerlijk is moet ze toegeven van wel. Maar het is een ander soort depressie. Niet de neerslachtige soort. Want neerslachtig of wanhopig voelt ze zich niet. Misschien dat de pillen dat onderdrukken.

Maar wat moet ik ermee, denkt de Volwassene. De psychologe zegt vaak dat ze zal moeten leren op een andere manier om te gaan met stress en zo. Want je kan wel proberen zoveel mogelijk stress te vermijden, maar helemaal stressvrij kan je leven nu eenmaal nooit zijn. Maar de Volwassene vraagt zich steeds weer af of het aan haarzelf ligt. Ze heeft het gevoel dat ze haar best doet. Kijk maar naar vorig jaar. Uiteindelijk is ze toen toch weer uit dat dal gekropen. Alleen, het heeft niet lang geduurd. Amper enkele weken heeft ze gehad, voor de volgende mokerslag zich aandiende.

Naar haar gevoel ligt daar het probleem. Al heel haar leven lang, altijd weer hetzelfde patroon. Er overkomt haar iets. Iets waarvan zelfs de Psychologe moet toegeven dat het normaal is dat je daarvan onder de voeten bent. Maar ze is sterk, ze herpakt zich, herstelt. En net als ze begint te denken dat ze erbovenop komt: boem-patat, een nieuwe mokerslag.

Het is haar gevoeligheid, denkt de Volwassene. Die maakt dat alles veel harder aankomt dan bij sommige andere mensen. Maar kan ze daar iets aan veranderen? Meer zelfs, wil ze daar wel iets aan veranderen? Ze heeft het ooit al tegen de Psychologe gezegd: die gevoeligheid is tegelijk een gave en een vloek. Haar gevoeligheid stelt haar in staat om gedichten te schrijven die mensen heel diep raken. Dat is prachtig, als je dat kan Ze zou dan ook echt niet anders willen zijn. Maar ze weet ook dat ze daar een heel zware prijs voor betaalt. Want diezelfde gevoeligheid maakt dat ze ook door diepe dalen heen moet gaan. Even diep als de toppen hoog zijn.

Uiteindelijk denkt de Volwassene, kan ik niets anders doen dan het accepteren. Aanvaarden dat ik nu weer door een diep dal heen moet. Omdat je met die dalen de toppenbetaalt. En op dezelfde manier begint ze te aanvaarden dat ze er ook met haar gezondheid voor betaalt. Ze gelooft niet meer dat ze nog 'beter' zal worden en, als ze heel eerlijk is, ze gelooft ook niet dat ze lang zal leven. Ze heeft het gevoel dat ze zichzelf opbrandt. Of liever, dat ze zichzelf ver-brandt. Aan een wereld die niet bedoeld is om er met een dergelijke gevoeligheid in te leven. Maar die anderzijds schitterend is om door dergelijke ogen aanschouwd te worden. Nu goed, denkt de Volwassene, als dat de prijs is die ik ervoor moet betalen, dan moet dat maar. De toppen kosten dalen. Het leven kost de dood.

06:08 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.