13-07-04

Marokkaans

Het Kind heeft een Marokkaanse naam. Daar is het eigenlijk altijd wel een beetje trots op geweest. Zij was immers niet zoals iedereen: zij had een Vader die van heel ver gekomen was. Van een ver en vreemd land waar die vader als kleine jongen slangen de bek dichtnaaide, zoals jongens hier kikkers opbliezen en katten de bel aanbonden. En niet alleen dat, bovendien kwam ook haar Oma van een ver en vreemd land. Dit gaf het Kind het gevoel van iets bijzonders te zijn.

Anderzijds was het lastig. Aan het begin van elk schooljaar moest het Kind altijd weerheel veel uitleggen. Ja, zij was Marokkaans, of liever zij was voor de Belgische wetgevingMarokkaans en voor de Marokkaanse Belgisch. Nee, zij had geen contacten met die cultuur. Nee, zij had zelfs haar vader nooit gekend. En nee, hij was zelfs gestorven toen ze amper 6 was. Ja, haar tweede taal en cultuur was Duits, vanwege Oma. ja, ze had altijd bij haar Oma en Opa gewoond. Nee, haar Mama was niet dood. Nee, ze woonde alleen niet bij haar. Nee, maar haar broers en zusters wel. Nee, eigenlijk waren het halfbroers en halfzusters.

Toen het Kind ging werken was het daarmee gestopt. Het was ondertussen volwassen geworden en de Volwassene vond dat die anderen ook volwassen waren en dus maar moesten begrijpen zonder vragen te stellen dat het kon voorkomen dat iemand met een Marokkaanse naam niet Marokkaans maar wel half-Duits was. Werden de vragen gesteld, dan gaf ze wel haar antwoord. Maar eigenlijk had ze het liever niet. een mensenleven lang hetzelfde verhaal moeten vertellen, dat gaat heus wel vervelen. Men moet het maar aanemen, meent de Volwassene.

Toen het Kind volwassen werd begon ze ook de nadelen van die naam te ervaren.  Tot dan toe was ze eigenlijk maar heel zelden met racisme geconfronteerd geweest. Het was altijd heel raar, omdat ze altijd maar pas achteraf begreep wat er gebeurd was. Ooit zei een leerkracht iets over een 'donker type' en het Kind wist niet beter dan dat ze het over haar donkere haar had. maar de klasgenootjes waren furieus, en pas toen begreep het Kind het.

Toen het Kind een woning ging zoeken had ze het niet makkelijk. woningen bleken plots niet meer beschikbaar, wanneer zij haar naam noemde. Jobs met enige verantwoordelijkheid - en dat was toch haar ambitie, daar had zij toch de capaciteiten voor tenslotte - waren moeilijk te krijgen. Ik zou je direct aannemen, zei een personeelschef ooit tegen haar, maar het is de directeur die moet beslissen en hij moet rekening houden met de gevoeligheden van de rest van het personeel.

Er was ook het onbegrip thuis. Oma had het niet zo op met Marokkanen. De enigen die zij kende waren degene die de Mama aan haar had voorgesteld. En die waren, dat moest de Volwassene ook toegeven, bepaald geen lichtend voorbeeld voor hun volk... Maar volgens de Volwassene had dat meer te maken met de slechte smaak van de Mama. Oma sprak de Volwassene altijd strikt tegen: jij bent niet Marokkaans. Jaren en jaren heeft het de Volwassene gekost om haar ervan te overtuigen dat dat inderdaad niet zo was, maar dat zij in de ogen van de wereld wel degelijk Marokkaans was en altijd zou blijven. Even lang heeft het geduurd voor Oma eindelijk besefte dat zijzelf in de ogen van Vlaams Blokkers evengoed een vreemdeling was als haar kleinkinderen. Ooit zei een Vlaams Blokker tegen Oma's vriendin, een Russische die net zoals zij in de oorlog een Belgische man had gevonden en hem naar hier was gevolgd, dat zij moest "teruggaan naar vanwaar zij gekomen was". Tegen iemand die al ruim 40 jaar hier woonde en reeds evenlang de Belgische nationaliteit droeg en belastingen betaalde net als iedereen.

Maar het ergste wat de Volwassene ooit meemaakte, was toen bij de laatstegemeenteraadsverkiezingen, de Mama besloot voor het Vlaams Blok te stemmen. De Mama had naar verluidt genoeg van 'de Marokkanen' en vond ook dat ze maar moesten ophoepelen. En wij dan, dacht het Kind? Mama, je eigen kinderen zijn in de ogen van de wereld evengoed Marokkanen, die moeten ophoepelen en niet moeten denken dat ze hier de baas kunnen komen spelen (lees: leidende functies opnemen). dit ging het bevattingsvermogen van de Volwassene te boven. Eens te meer een bewijs van het feit dat de Mama, geen echte Mama was. Niet van haar en niet van haar broers en zussen. Eerst 6 halve Marokkaantjes op de wereld zetten en dan voor het Vlaams Blok gaan stemmen, dat doet een Mama niet, meent de Volwassene.

Maar er is zoveel wat een echte mama niet zou doen, en wat de mama wel heeft gedaan...

17:47 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Keikop

Het Kind huilt wanhopig. Kom mij halen, Oma, smeekt zij, ik wil hier niet blijven,niemand ziet mij graag, niemand wil mij, ik wil weg, ik wil dood. Oh, nee, daar gaan weweer, denkt de Volwassene. Maar ze denkt aan wat ze van de Psychologe geleerd heeft: een Kind dat verdriet heeft moet getroost worden, gekoesterd. Dus slaat de Volwassene haar armen om het Kind heen en laat het uithuilen totdat het een beetje bedaard is.

Dan zegt de Volwassene tegen het Kind: we hebben het hier al vaak over gehad, je weet dat je niet echt dood wil, je wil alleen dat er iets verandert, dat de dingen niet zijnzoals ze nu zijn. Het Kind knikt. Het weet dat de Volwassene gelijk heeft. Ooit, bijna 10jaar geleden, hebben ze het geprobeerd. Maar het was niet dat wat ze wilden, ontdekten ze toen. Het was ook toen dat de Volwassene besloot om voorgoed het roer over te nemen. In zekere zin werd de Volwassene toen pas geboren. Daarvoor was er al wel iets dat later de Volwassene zou worden, maar het had niet de overhand: het greep alleen in wanneer de nood het hoogst was, om het Kind te laten overleven. Dat deed de Volwassene toen ook: ze greep in, belde een dokter, vroeg raad, kreeg die en volgde die op. Dit doen we nooit meer, besloot ze toen, het is niet wat wij willen. En wat er daarna ook gebeurde, de Volwassene is altijd bij haar beslissing gebleven en is die weg nooit meer gegaan.

Maar ook al was het voortaan de Volwassene die voorging, het Kind was er nog steeds. Soms raakt het overstuur, zoals nu, en dan wil het dood. De Volwassene had een gesprek met Jongste Zus. Op een bepaald moment vroeg Jongste Zus hoe het met de Volwassene gaat. Dat had ze niet mogen doen. Daarop nam het Kind het over. het Kind dat nog steeds niet over de teleurstelling heen was. Van toen ze de Broers en zussen een berichtje hadden gestuurd en niemand behalve Oudste zus had geantwoord. Het Kind zei hoe eenzaam het zich voelde en hoeveel verdriet het haar had gedaan.

Jongste zus zei dat ze, zolang de erfeniskwestie niet voorbij was, eigenlijk lievergeen contact had met de Volwassene. Omdat ze er niet in betrokken wilde geraken. Niettussen de mama en de Volwassene in wilde klem komen te zitten. Dat deed het Kind nog meer pijn. Net hetzelfde had ze een tijdje tevoren al te horen gekregen vanBroer-die-van-naam-veranderde. Het had hen toen ook al zo gekwetst. Er werden nog enkele dingen gezegd die nu even niet ter zake doen. De Volwassene werd tenslotte boos en verdrietig tegelijk en verbrak het gesprek. En toen begon het Kind wanhopig te huilen en moest de Volwassene het troosten.

En nu kan de Volwassene niet slapen, natuurlijk. Had ze het toch nog uitgerekendvandaag met de Psychologe over haar relatie met haar familie gehad. De Psychologe had gezegd dat als de Volwassene wilde dat er iets zou veranderen, dat zij daar dan hetinitiatief toe zou moeten nemen, omdat zij uiteindelijk vragende partij is. Daar was deVolwassene het mee eens, maar ze had ook gezegd dat ze zich daar momenteel eigenlijk niet toe in staat voelde. Hoewel ze ook dacht dat als iemand er toevallig over zou beginnen, dat ze zich dan waarschijnlijk niet sterk zou kunnen houden. Dat was precies wat gebeurde toen ze met Jongste Zus belde: de dam brak en de rivier overstroomde.

Op dit moment denkt de Volwassene, misschien moet ik doen zoals zij. Mijn kop in het zand steken en zoveel mogelijk vergeten dat ik een familie heb. Ermee volstaan dat ik ze zie op familiefeesten. Me beperken tot Oudste Zus en Peetneefje, de enigen die wel met de Volwassene inzitten. Maar anderzijds weet de Volwassene dat zij zo niet in elkaar zit. De Volwassene is van het soort dat als het moet telkens weer met zijn kop tegen telkens dezelfde muur loopt. En blijft lopen, en blijft lopen,  tot de muur tenslotte meegeeft, als is het maar een haarscheurtje breed. Zo is de Volwassene, en ze weet dat ze er resultaten mee heeft. Heel haar jeugd lang was ze tegen de muur van Oma's harde en veeleisende buitenkant gelopen, tot ze na 21 jaar de zachte kern bereikt had. De Volwassene is een keikop en weerbarstig als onkruid.

Dus troost zij het Kind, denkt over de zaak na, analyseert en verwerkt haar eigengevoelens in haar weblogs. Daarna zal ze gaan slapen en morgen is er weer een dag. De familie, daar zal ze zich even niet mee bezig houden. om de wonden te laten helen. Tot ze het weer niet kan laten om met haar keikop tegen de muur te bonken...

01:18 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

06-07-04

Over het verbijten van verdriet

"Waarom wordt ons toch geleerd dat we altijd sterk moeten zijn, onze pijn enverdriet moeten verbijten ... etc... Als je er gevoelig voor bent kan dit zoveel kwaadaanrichten in je emotionele leven ... " reageerde iemand op dit bericht van de Volwassene. Daar loopt ze nu al de hele tijd over na te denken.

Ze begrijpt die reactie, maar bij haar zit het net iets anders in elkaar. Niemand heefthet Kind geleerd haar verdriet te verbijten. dat deed ze zelf. het was een noodzakelijkeoverlevingsstrategie. Het was voor het Kind: ofwel verbijten en koppig haar leven  verderzetten; ofwel doodgaan van miserie en verdriet. Het Kind leefde te graag om het op te geven. Dus koos zij voor de enige andere weg: op haar tanden bijten.

Als gevolg daarvan is de Volwassene wat men noemt een sterke persoon. Maar niemand weet wat de prijs was die zij daarvoor heeft moeten betalen. Want inderdaad, zoals FMS zegt: voor iemand die gevoelig is, is dit ontzettend moeilijk. Het maakt heel veel in je kapot. In het geval van de Volwassene vooral: het vermogen om hulp te vragen, om steun te zoeken bij anderen. De Volwassene kan dat niet. Niet omdat zij het niet wil. Maar het komt doodeenvoudigweg niet in haar op. Al wat zij als Kind geleerd heeft is op je tanden bijten en je erdoorheenslaan, alleen, op eigen kracht. Ooit zei een onderwijzeres dat letterlijk tegen Oma. Ik heb soms zo'n medelijden met dat Kind, zei ze, ze vraagt nooit hulp, ze zwoegt en zweet tot ze de oplossing gevonden heeft.

Zo was het. En hoe had het anders kunnen zijn? Een kind dat zich door niemand gewenst en geliefd voelt, gaat ofwel tenonder aan zijn leed of het bijt door en redt zich helemaal alleen. Dat is het enige wat de Volwassene erover zeggen kan. Zij heeft het meegemaakt en volgens haar is er echt geen andere weg. Soms zou ze het van de daken willen schreeuwen: help zo'n Kinderen in godsnaam, hou van hen, geef hen al je warmte en genegenheid! Want dat is de enige andere weg. die zich voor het Kind helaas nooit echt heeft voorgedaan.

En dan groeit zo'n Kind op tot een Volwassene die weliswaar sterk is, maar ook gedoemd om alleen door het leven te gaan. Want wat de Psychologe ook zeggen mag, dat er ooit nog wel eens iemand zou kunnen opduiken die de Volwassene graag ziet en zijn leven met haar wil delen en er ook nog in slaagt om haar daarvan te overtuigen... Het Kind gelooft het niet. Dat kwam ongewenst ter wereld en kan zich niets anders voorstellen dan dat het ook ongewenst die wereld weer zal verlaten. De Volwassene wil het wel geloven, maar twijfelt toch heel sterk. Ik heb eenvoudigweg teveel Schaduw Zijden, denkt zij. En ja, al wie de moeite neemt om haar beter te leren kennen, verzekert haar wel dat zij echt de moeite waard is. Maar zij weet maar al te goed wat het zwakke punt is in dat argument: alleen wie bereid is de moeite te doen om de Volwassene beter te leren kennen, kan weten wie erschuilgaat achter Schaduw Zijde.

01:24 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

04-07-04

Teleurgesteld

Het Kind heeft verdriet. Eergisteren stuurde ze een smsje naar haar Broers en Zussen om hen te laten weten dat de kersen aan Oma's kersenboom rijp zijn. Behalve haar oudste zus was er niemand die antwoordde. Als ik sterf, denkt het Kind, zal het niet mijn familie zijn die mijn afwezigheid het eerst zal opmerken.

Het is een situatie die altijd heeft bestaan, en toch heeft de Volwassene het er nogsteeds moeilijk mee. Enerzijds denkt ze, het is niet de schuld van de roers en Zussen. De Mama, dat is degene die deze situatie veroorzaakt heeft. Zij heeft het Kind uit haar gezin gezet. Oma en Opa deden hun altijd best om te beklemtonen dat het Kind desondanks oudste zus was van de anderen. Maar de Mama zag het niet zo, en droeg dat over op de Broers en Zussen.

Maar langs de andere kant, denkt de Volwassene, de Broers en Zussen zijn nu allemaal volwassen. Ze zouden zelf ook beter moeten weten. Maar de Volwassene weet ook dat de Broers en Zussen, anders dan zijzelf,  geen van allen echt geïnteresseerd zijn in het onderhouden van familiebanden. Ook dat begrijpt het Kind wel. Was zij niet opgegroeid met het gemis van Broers en Zussen, was zij opgegroeid in hetzelfde gezin als zij, dan zou zij wellicht ook zo zijn. Maar dat is nu eenmaal niet zo. De Volwassene heeft een andere ontwikkeling doorgemaakt dan haar Broers en Zussen. Zij mist haar Broers en Zussen nog steeds. Haar leven lang zal ze naar hen blijven reiken. Ook al wordt ze keer op keer teleurgesteld, toch zal ze dat blijven doen.

Nu, nu ze net weer teleurgesteld is, nu is ze verdrietig en boos. Maar dat zalovergaan, dat weet ze. De Volwassene houdt van haar Broers en Zussen en accepteert dat ze zijn zoals ze zijn. En daarom zal ze niet boos blijven. Maar op het moment zelf doet het pijn, heel erg veel pijn. En dat mag ook wel eens gezegd worden, denkt de Volwassene.

02:31 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |