13-04-04

Wat moet ik met dat Kind?

De Volwassene heeft het druk. Zij wil zo snel mogelijk in Oma's huis gaan wonen. Niet omwille van het huis op zich. Want zij woont net zo lief in haar eigen 'huis', haarpiepkleine studiootje. Maar vooral om verlost te zijn van het heen en weer lopen. Nu heeft de Volwassene twee katten hier en twee katten ginder, en dus pendelt ze over en weer. En dat wordt haar stilletjesaan te veel.

Als de Volwassene het druk heeft, moet het Kind zwijgen. Niet dat zij het zo wil, maardaar draait het nu eenmaal op uit. Als de Volwassene het druk heeft, schakelt zij over opde actieve kant van haar persoonlijkheid: de Doener. De Doener speelt alles klaar, isijzersterk en overleeft alles. Soms zou de Volwassene willen dat ze altijd die Doener zoukunnen zijn. Maar dat kan nu eenmaal niet. Want soms is zij het Kind. Soms ook is ze de Denker, de passieve kant: dat deel van haar persoonlijkheid dat graag over alles nadenkt, dat verbanden legt, begrijpt of aanvoelt. Met die denker heeft de Volwassene ook geen probleem. Het is goed om over dingen na te denken, weet zij, het helpt haar om te schrijven, om de dingen een mooi jasje van woorden te geven. Alleen is die denker zo passief... Dat vloekt wel eens met de Doener in haar.

Alleen het Kind, daar heeft de Volwassene een probleem mee. Wat moet je daarmee, met zo'n Kind? De Psychologe vroeg haar eens: wat denk je dat jij voor dat Kind kan doen. Op die vraag kon de Volwassene eigenlijk geen antwoord geven. Ze weet het niet, wat ze moet aanvangen met dat Kind. Niet dat ze het niet erg vindt wat het Kind overkomen is. Integendeel, vreselijk is het. Maar wat is er nu nog aan te doen, denkt ze dan.

En vooral, wat kan zij eraan doen. Wat het Kind wil, het liefst van al wil, is datiemand het graag ziet.  Het wil gezien worden. Het wil het gevoel krijgen dat het ermag zijn. Het zou willen weten hoe dat voelt, als iemand je onvoorwaardelijk graag ziet.Iemand anders dan zijzelf. De liefde van de Volwassene volstaat niet voor het Kind.

En daarom heeft de Volwassene een probleem met het Kind. Want de Volwassene weet dat het Kind iets wil dat het nooit krijgen kan. Wat het Kind wil had het jaren geleden moeten krijgen, toen het Kind nog echt een kind was. Nu is het te laat, denkt de Volwassene. Misschien, denkt zij, heel misschien, als er eens iemand zou verschijnen die de Volwassene, en via haar ook het Kind, graag zou zien, dat zou misschien helpen. Maar ook dat is een onbereikbare droom, denkt zij dan. Ze blijft het wel hopen, maar het lijkt haar erg onwaarschijnlijk.

Want wat moet je met een Volwassene die nog steeds rondzeult met een Kind? Met een Volwassene die niet meer uit werken kan gaan, die zo moe is dat zij het gewone leven niet meer aankan. Iedereen die het verhaal hoort, vindt het erg voor het Kind, dat weet de Volwassene. Er zijn mensen die geven om de Volwassene, haar graag zien, ook dat weet zij. Maar wie wil er houden van dat Kind? Wie kan zelfs maar begrijpen dat het er is? Wie kan zich voorstellen hoe het voor een kind is als het opgroeit met het gevoel dat niemand het graag ziet? Of hoe het is om een Volwassene te zijn die groeide uit zo een Kind?

04:07 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |