27-02-04

Een lichte vorm van mishandeling...

De Psychologe legde aan het Kind uit: fysieke mishandeling is heel erg, maar niet zo erg als wat een kind doormaakt dat niet graag gezien wordt. Daar keek de Volwassene van op. Het was de eerste keer dat ze dit hoorde.

De eerste keer dat de Volwassene bij de Psychologe kwam, gaf deze haar een boek. Het boek ging over mishandelde kinderen. Daar schrok de Volwassene van. Want de Volwassene dacht: ik ben toch niet mishandeld. Oma deelde wel eens klappen uit, dacht zij, maar mishandeling was dat niet, het is niet alsof ze constant onder de blauwe plekken zat. En ze was toch altijd goed verzorgd, had eten, kleding, een dak boven haar hoofd. Ze had zelfs aan de universiteit mogen gaan studeren. Ze had niet te klagen. Dat zeiden haar (half)broers en -zussen ook. Die hadden het slechter gehad: hadden soms zonder eten gezeten en hadden helemaal niet kunnen studeren.

En toch, dacht de Volwassene, ben ik degene van de zes kinderen die zich niet goed in haar vel voelt, die uiteindelijk naar een psycholoog is gestapt. Degene ook die - op een slechte ervaring na -  nooit relaties heeft gehad. Degene wiens lichaam op amper 35-jarige leeftijd er de brui aan is beginnen geven zodat zij ondertussen reeds bijna een jaar thuis is met ziekteverlof. Degene eveneens die dik is en dik blijft.

Mijn maag keert om als ik zo'n verhaal hoor, zei de Psychologe ook. Ook daar had de Volwassene even niet van terug. 'Maar het is mijn leven', was haar enige reactie. Want het is niet prettig om te horen dat jouw verhaal er een is waarvan iemands maag omkeert. Bij zo'n uitspraak voelt de Volwassene zich bijna schuldig omdat dit verhaal voor haar heel gewoon is: het is gewoon de realiteit zoals zij die gekend heeft, haar maag draait normaal gezien niet om als ze het vertelt. Maar als de Volwassene erover nadenkt: stel dat iemand anders haar dit verhaal over zichzelf zou vertellen, zou haar maag dan niet eveneens omkeren? Ja, allicht wel, denkt zij.

En toch is het heel moeilijk voor haar om zichzelf te zien als iemand die slecht behandeld is geweest als kind. Heel haar leven heeft zij tenslotte te horen gekregen hoeveel geluk zij heeft gehad, dat zij bij haar grootouders is kunnen opgroeien en niet bij de 'mama'. Zelf had het kind ook nooit bij de 'mama' willen wonen. Het kind zag de'mama' niet graag, had bij momenten zelfs een uitgesproken hekel aan haar: berispte bijvoorbeeld de 'mama' als die in het huis van haar ouders kasten opendeed zonder daar toestemming voor te vragen. Het Kind vond dat dat 'mama' dat niet mocht, want zij was een vreemde in dit huis, in de ogen van het Kind. Dat zei het natuurlijk niet, maar zo dacht het wel.

En toch was het Kind omgelukkig omdat de 'mama' het Kind niet wou. De 'mama' zei dat soms letterlijk, meestal als ze dacht dat het kind het niet hoorde. Maar het Kind hoorde het wel. Hoorde hoe de 'mama' het Kind verweet dat het op haar vader leek, wat blijkbaar heel slecht was. Hoorde hoe de 'mama' zei, "Die lelijke dikzak neem ik niet mee", toen Oma haar vroeg om het Kind mee te nemen op een uitstap met de andere kinderen.

Dus hoewel iedereen het kind vertelde hoe gelukkig het wel was, voelde het Kind zelf zich doodongelukkig. Mijn ouders wilden mij niet, dacht zij, mijn broers en zusjes wou de 'mama' wel, maar mij niet. En Oma en Opa eigenlijk ook niet: die hebben mij alleen maar opgenomen omdat ze zich daartoe verplicht voelden. Over Opa twijfelde ze wel: die was echt wel lief voor haar. Maar als internationaal vrachtwagenchauffeur was Opa niet zo veel thuis. Oma was wel thuis, maar Oma was helemaal niet lief. Oma zorgde wel voor het Kind, het kwam inderdaad niets tekort. In materieel opzicht toch. Maar het Kind werd niet geknuffeld. Het kreeg nauwelijks complimentjes, hoezeer het ook zijn best deed. Als het Kind iets deed waardoor zij in de ogen van haar Oma op haar 'mama' leek, dan was Oma heel erg boos. Zo moest het Kind heel erg haar best doen op school. En thuis braaf zijn, en netjes. Dat deed ze ook, want het was eigenlijk een heel slim Kind dat heel graag leerde en uit zichzelf ordelijk en netjes was. Maar Oma zei alleen iets als het kind iets verkeerd deed.

Slechts een keer was Oma tevreden: dat was toen het Kind haar universitair diploma haalde, met onderscheiding. 'Dat is wel', had Oma toen gezegd. Meer niet. Gelukkig had het Kind toen al haar Oma beter leren kennen. Ze begreep ondertussen hoe Oma in elkaar zit, en dat zij achter haar stuurse uiterlijk best wel lief is en heel veel kleinkinderen houdt. Zelfs van haar dochter alhowel die haar al zoveel pijn en verdriet heeft gedaan. Daarom heeft het Kind de Oma alles vergeven. De 'mama' niet. De pijn die de 'mama' haar gedaan is te groot en zit te diep. Het is ook niet alleen de pijn die de 'mama' haar persoonlijk heeft aangedaan, maar ook de pijn die het Kind de 'mama' anderen heeft zien aandoen: Oma en Opa, de andere kinderen. Het Kind heeft te veel gezien en te veel meegemaakt.

Fysieke en seksuele mishandeling wordt gezien als ongeveer het ergste wat iemand kan overkomen als kind. "Verbale aggressiviteit en psychische mishandeling en/ofverwaarlozing is "maar" een lichte vorm zegt een brochuurke van de ziekenkas" las ik in een reactie. Inderdaad, zo dacht dus ook de Volwassene. Ondertussen weet zij wel beter. De wonden die in haar leven geslagen zijn, zijn zo groot en zo diep dat de Volwassene eraan twijfelt dat er nog iets aan te verhelpen valt. De Psychologe had haar van bij het begin gezegd dat het lang kon duren, en dat het niet makkelijk zou zijn, maar dat zij er vertrouwen in heeft. De Volwassene weet het niet goed. Twijfelt. Ze weet hoe diep het zit, hoeveel pijn het doet.

De Psychologe heeft de Volwassene geleerd om voor het Kind, dat nog altijd in haar leeft, te zorgen, ervan te houden, het te knuffelen, te steunen. Het was voor de Volwassene moeilijk om dit te leren, maar ze kan het nu wel. Alleen denkt ze er niet altijd aan. En bovendien, ze heeft het gevoel dat het niets uithaalt. Het Kind is zo alleen, zegt zij, dat ik niet denk dat ik het kan bereiken: ik kan het zien, maar ik weet niet of het mij ook ziet. Maar de Volwassene heeft haar leven in de handen van de Psychologe gelegd: als die er vertrouwen in heeft, dan blijft ook zij ermee doorgaan.

02:29 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-02-04

Het verhaal van het Kind

N.a.v. een reactie

Ooit op kamp met de Chiro vertelde het Kind aan iemand hoe verlaten het zich voelde. De bezitter van het luisterende oor woonde in hetzelfde blok als de 'mama' van het Kind. Maar dat ontdekte het Kind pas later. Het luisterende oor vertelde het verhaal van het Kind aan haar moeder en die vertelde het op haar beurt aan de 'mama' van het Kind. De 'mama' was woest. Schreeuwde tegen het Kind. Hoe durfde het aan anderen vertellen dat het verlaten was, in de steek gelaten. Dat had de 'mama' niet gedaan, zei de 'mama', en dat het slecht was van het Kind om zoiets te beweren. Het Kind zweeg voortaan.

Lang heeft het gezwegen. Het lichaam van het Kind groeide op, werd volwassen. Het volwassen Kind leerde opnieuw te spreken. Vertelde soms wel eens haar verhaal. Maar ook het volwassen Kind zweeg tenslotte. Leerde dat het men het verhaal liever niet hoort. Sommigen vinden het niet erg genoeg, ontdekte het, zij zeggen: je hebt het toch goed gehad, je hebt geen honger geleden, je bent niet geslagen, je werd goed verzorgd, er zijn anderen die het veel slechter hebben gehad.

Er zijn verhalen die verteld moeten worden. Die niet vergeten mogen worden. Daarom laat de Volwassene nu het Kind aan het woord. Het Kind moet dat verhaal kwijt. Het is te zwaar om alleen op haar kleine schoudertjes te rusten.

00:24 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

25-02-04

Frozen watchfulness

Zodra iemand in mijn buurt komt, verander ik. Ik switch van modus 'alleen' naar modus 'er zijn mensen in de buurt'. Dat doe ik al zolang als ik me herinneren kan.

Het is geen komedie spelen: ik speel niet iemand anders dan ik van nature ben. Ik ben alleen 'op mijn hoede'. Me ervan bewust dat er mensen in de buurt zijn. En dat ik 'dus' moet oppassen. Waarvoor? Vraag het me niet. Dat zou ik niet zo direct onder woorden kunnen brengen. Maar het is wel zo dat ik de aanwezigheid van menselijke wezens onbewust associeer met 'mogelijk gevaar'.

Er zijn nochtans mensen die ik vertrouw, bij wie ik het gevoel heb dat ik 'mezelf' kan zijn. Maar ik weet heel goed dat ik zelfs bij hen in modus 'mensen in de buurt' sta. Er is niemand bij wie ik echt voor de volle 100% mezelf kan zijn.

In de buurt van dieren lukt het wel. Ik heb twee katten. Bij hen voel ik me echt volledig op mijn gemak. En ik heb het gevoel dat zij ook de enige levende wezens zijn die mij echt kennen. Maar zodra er iemand binnenkomt, ben ik niet meer helemaal ik. Dan ben ik de ik die ik ben als er anderen in de buurt zijn.

Het heeft heel lang geduurd voor ik dit zelf heb beseft. En nog langer voor ik er een verklaring voor gevonden heb. Het is ook heel moeilijk te omschrijven. Een soort verhoogde alertheid. Vergelijk het misschien met deze situatie. Je loopt 's avonds helemaal alleen door een donkere straat. Je voelt je niet op je gemak. Je wordt je bewust van elke geluid, elke schaduw, alles wat op gevaar zou kunnen duiden. Voor mij is het eigenlijk altijd zo. Niet zo sterk, maar er is steeds die alertheid die net wat groter is dan wanneer ik alleen ben.

03:36 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

De wetenschap

Uit een brochure voor huisartsen rond Kindermishandeling

Signalen van psychische mishandeling en verwaarlozing>

Hoewel elk kind uniek is en dus anders reageert op mishandeling of verwaarlozing, kunnen we toch twee groepen onderscheiden: kinderen die zich zo onopvallend mogelijk gedragen (zij willen het liefst opgaan in de groep om er maar bij te horen) en kinderen die juist zeer opvallend gedrag vertonen (zij proberen zo de aandacht en waardering die ze thuis missen, te compenseren). De signalen die we kunnen herkennen zijn:

afwijkend gedrag: stelen, suïcidepogingen, uiterst agressieve reacties, zich isoleren, zichzelf verwonden
negatieve zelfbeleving: het kind voelt zich onbemind, ongewenst en minderwaardig, een beeld dat de omgeving vaak nog bevestigt
• vele kinderen vertonen een verstarde oplettendheid of ‘frozen watchfulness’, die erop wijst dat ze permanent in angst en op hun hoede zijn
• vrijwel alle mishandelde en verwaarloosde kinderen hebben er grote moeite mee om mensen, zeker vreemden, hun vertrouwen te schenken
• het mishandelde kind heeft meestal moeilijkheden op school, vaak met communicatievakken (lezen, schrijven). Een kind dat geleerd heeft dat communicatie tot aandacht leidt en aandacht tot verwerping of geweld, wil immers liefst van al onzichtbaar zijn
• het kind beschikt over weinig sociale vaardigheden, zijn houding tegenover leeftijdsgenoten en volwassenen is vaak onaangepast.

03:13 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Het kind

Op een dag viel hen een kind in de schoot. Een tweede kind. Onverwacht. Op een leeftijd waarop kleinkinderen aan de orde zijn. Het was ook een kleinkind, strikt genomen, al vergaten ze dat gauw. Een kleinkind door hun dochter bij hen achtergelaten. Ruzie over geld: de vader van het kind wou de dochter geen geld geven, die zodoende ook niet voor het kind kon zorgen. Het was december, koud, het huis kon niet verwarmd, geen voedsel gekocht. Beter dat het kind bij haar grootouders verblijft.

Zo is het mij verteld. Is het de waarheid, de hele waarheid? Ik zal het nooit weten.Maar twijfel eraan. Haar kan ik het niet vragen, zij die me op de wereld zette. Ik zouhet, mits ik enige weerzin overwin, misschien wel kunnen vragen, maar zou niet de waarheid krijgen. Zij heeft haar eigen waarheid, en dat die mijlenver afwijkt van de echte waarheid interesseert haar niet.

Maar ik heb mijn twijfels. Er was geen sprake van een fijne, warme liefdesrelatie.Zoveel heb ik wel begrepen. De ouders trouwden, kort na de geboorte. Buren meldden de grootouders de volgende dag al dat er gevochten was. Dat was niet nieuw. Zolang de ouders elkaar kenden was er steeds gevochten.

Lang duurde het huwelijk dus niet. Het kind was nog geen jaar of de vader vertrok. Uit het leven van het kind verdween hij voorgoed. Op een dag kwam de 'mama' aan haar ouders vertellen: hij is dood. Het kind wist over wie het ging. Zes was het, en de vader die het nooit had gezien was dood. De 'mama' niet.

Was het een gewenste zwangerschap? Misschien. In zekere zin misschien. Een kind zou het hart van de vader doen smelten, hem doen blijven? Het kind als ultiem wapen. Geliefd als het zijn doel dient. En als dat niet zo is?

Een kind is geen wapen. Het werd geboren. Het bracht een dag thuis door. Werd ziek. Bleef een maand in het ziekenhuis en ging van daar direct naar de grootouders. Het kind heeft haar moeder in heel haar leven hoop en al een tiental dagen als moeder gekend. Het bleef bij de grootouders, werd nooit terug opgehaald.

02:52 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |