06-04-07

Moeder

Ik ben hier al heel lang niet meer geweest. Er is veel gebeurd, veel te veel. Tot nog toe heb ik het weer allemaal overleefd. Maar er ligt nog meer in het verschiet.

Ondertussen is ook mijn moeder gestorven. Nu zijn alle vier mijn ouders dood. Haar dood was vreemd voor mij, anders dan alle andere sterfgevallen die ik tot nog toe heb meegemaakt. Hoe ga je om met de dood van iemand waar je een band mee zou moeten hebben maar niet hebt, toch niet echt?

Naar aanleiding van enkele gesprekken met twee collega's heb ik er de afgelopen dagen nog eens over nagedacht. Het resulteerde in volgende woorden.

 

Ik moest je dode lichaam zien, Moeder, omdat ik het anders nooit geloofd zou hebben. Ik moest je aanraken, omdat een mens toch een keer in zijn leven zijn moeder moet kunnen aanraken zonder afkeer. Je ogen keken niet meer terug. Ik hoefde niet meer sterk te zijn om ze te kunnen trotseren, om je met mijn ogen de afkeer te kunnen tonen die ik voor je voelde. Dat moest ik doen, ik moest die afkeer koesteren, omdat het de enige manier was waarop ik je kon straffen. Die afkeer raakte je, want het doorprikte het veel te mooie beeld dat jij van jezelf had. Ik vond dat wat jij deed niet ongestraft mocht blijven, en als ik je kon straffen door mijn afkeer, dan.moest ik dat doen. Dus ik deed het, ook al lag dat helemaal niet in mijn aard.

Nu, twee jaar later, wens ik je: rust zacht. Je verdient dat niet, maar toch wens ik het je. Ik hoop echt voor jou dat hemel en hel niet bestaan, want voor al wat jij misdaan hebt, aan mij en aan anderen, zou je lang moeten branden. Dat wens ik niemand toe, want zo ben ik. Dat ik ben wie ik ben, heb je me niet kunnen ontnemen. Ik heb de kracht om jou rust te wensen, zelfs als ik vind dat je het niet verdient.

Vergiffenis, dat kan ik je niet bieden. Je bent veel te ver gegaan. Er zijn dingen die onvergeeflijk zijn, dat is mijn overtuiging, mijn geloof. Wie een andere vorm van geloof aanhangt, zal daar anders over denken. Maar in geloofszaken ben ik altijd resoluut mijn eigen weg gegaan. Ik wens je wel vergiffenis, maar van mij kan het niet komen. Verzoen je met je eigen moeder, daar waar je nu bent (want ook dat is mijn geloof, er is iets na de dood). Zij zal het je wel vergeven, zoals ze dat ook bij leven telkens en telkens weer heeft gedaan, met heel haar grote moederhart. Ja, ze was koud in de omgang, je moeder, onze moeder, ze toonde haar liefde niet. Maar anders dan bij jou was die er wel bij haar. Je moest misschien moeite doen om het te zien, maar de liefde was er en ze was zeer groot. Aanvaard die liefde, moeder, en prijs jezelf gelukkig dat je dat toch nog kan krijgen.

00:21 Gepost door het kind in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-04-05

Tweede Broer

Het Kind voelt zich miskend. Door de enige onder haar Broers en Zussen die zou kunnen begrijpen hoe zij zich voelt en voelde. Van hem, Tweede Broer, zei de Mama dat het niet haar eigen kind was, dat hij na de geboorte verwisseld werd met een ander. Toen het oudste zoontje van Tweede Broer geboren werd, vroeg Het Kind zich af waar ze dat gezicht al eens eerder had gezien. Het gezicht van het Kind deed haar ergens aan deden. En op een dag diepte Oma een foto op van de Mama als baby. Kijk, zei ze tegen Oudste Broer. Toen wist ook Het Kind aan wie het neefje haar deed denken. Hoeveel kans is er dat dit kind op zijn grootmoeder zou lijken als die niet echt zijn grootmoeder zou zijn?

Toen Tweede Broer zijn vrouw leerde kennen, zei hij haar dat hij van Spaanse afkomst was in plaats van Marokkaanss. Natuurlijk kwam het later uit. Zijn vrouw moet hem graag gezien hebben, want ze vergaf het hem. Maar de schoonouders mochten het niet weten. Toen Het Kind dit verhaal hoorde, beangstigde het haar. Het leek haar een enorm risico. Leven op een tijdbom.

Deze week ontplofte die tijdbom. In het gezicht van het Kind. Toen Tweede Broererachter kwam dat het Kind een site heeft, waarop zij expliciet haar afkomst vermeldt, met naam en toenaam. Tweede Broer eiste dat die naam verwijderd zou worden en dat hij het contact met het Kind zou verbreken zolang dit niet gebeurd was. Alhoewel Het Kind daar eigenlijk geen tijd voor had en ook geen zin, deed zij dit uiteindelijk. Maar ze liet Tweede Broer ook weten dat die site niet de enige plaats is waar de afkomst vermeld is. Immers, de Volwassene schrijft en alhoewel zij dit steeds nuanceert, wordt zij telkens weer aangekondigd als 'Belgisch-Marokkaanse schrijfster'. Tweede Broer laat niets meer van zich horen. Het Kind voelt zich in de steek gelaten.

Er ging een ruzie mee gepaard, waarin veel dingen werden gezegd die nooit tevoren waren gezegd. Het Kind besloot haar hart te openen voor die ene Broer vanwie zij meer verwachtte dan van de anderen. Vergeefs. Ook deze Broer wenst het verhaal van het Kind niet te kennen. Ook hij kent alleen het eigen verdriet. Dat dat verdriet groot is, begrijpt het Kind. Maar als zij begrip kan opbrengen voor het leed van de Broers en Zussen, waarom zij dan niet voor het hare? Wat het Kind heeft meegemaakt, wordt ontkend, altijd weer. Is het dan een wonder, denkt de Volwassene, dat het Kind zwijgt, dat het zo moeilijk haar hart kan openen, zelfs naar haar beste vrienden toe? Was er niet de Psychologe geweest, die als eerste het verhaal van het Kind de erkenning gaf dat het nodig had, dan zou ook de Volwassene het nog steeds minimaliseren.

Het Kind voelt zich verraden. De Volwassene weet dat van nu af het contact met Tweede Broer mooit meer hetzelfde zal zijn. Zij zal afstand houden. Ze zal hem zien opfamiliefeesten maar daarbuiten zal zij geen contact meer zoeken. Tweede Broer kloeg dat niemand van de Broers en Zussen hem ooit uitnodigt voor een gezellige babbel, ze laten zich alleen horen als ze hem nodig hebben. De Volwassene hoopt nog dat hij ooit zal inzien dat hij zelf de band heeft verbroken met een van de weinigen die juist daartoe bereid was. Maar zelfs al heeft hij dat inzicht, ze vreest dat het niets zal uithalen. Sorry wordt in deze familie niet gezegd.

Het Kind en de Volwassene zijn bedroefd. Maar de Volwassene weet dat het weer zalovergaan. Zij heeft andere dingen om aan te denken. En ze heeft vrienden, goede vrienden, die haar meer waarderen dan de Broers en Zussen. Van de Broers en Zussen blijven alleen Oudste Zus en Peetneefje, en Jongste Broer over. Op hen zal de Volwassene zich blijven richten.

13:24 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

22-10-04

Eindelijk

Eindelijk is alles van de baan. De Volwassene krijgt Oma's huis, de Mama het geld. Wat ze er verder mee doet zal de Volwassene worst wezen. Pro forma heeft ze de Mama toch gezegd dat ze misschien eens aan haar oude dag zou kunnen denken. Blijkbaar was ze dat wel van plan. Maar dat moeten we eerst nog zien. We hebben het hier tenslotte over de Mama, en haar reputatie in geldzaken is niet fraai... Daarom heeft de Volwassene er ook op aangedrongen dat de afrekening van begrafeniskosten etc allemaal meteen zou afgehandeld worden via de notaris. Dat is het veiligste.

Het blijft erg om je zo te moeten indekken tegen de persoon die je op de wereld heeft gezet. Maar dat is nu eenmaal het drama van deze familie. In zekere zin wen je daaraan. Onlangs merkte iemand verbaasd op dat de Volwassene haar moeder toch 'mama' noemt, ondanks alle omstandigheden. Dat is inderdaad zo en dat heeft ook altijd gedaan. Maar voor haar is dat 'mama' niet meer dan een benaming. Naar gevoelswaarde is Oma altijd haar moeder geweest, niet zij die ze 'mama' noemt. In deze familie is het nu eenmaal altijd zo geweest dat de benamingen van familiebanden compleet losstonden van dat waar die benamingen voor staan. Het Kind had broers en zussen, maar dat waren eigenlijk halfbroers en -zussen. En omdat ze ook niet samenleefden, kan je eigenlijk ook niet van een echte broer- of zusterband spreken. Toch zijn dat de benamingen die ze elkaar geven. Oudste zus en de twee oudste Broers dragen bijvoorbeeld ook dezelfde familienaam als de Volwassene terwijl zij eigenlijk niks maar dan ook niks met haar vader te maken hebben. En ze hadden een tantedie zelfs niet eens familie was. Voor onszelf was dat allemaal perfect normaal. Je staatdaar als kind niet echt bij stil. Het is pas in contact met anderen dat je er af en toemee geconfronteerd word.

Af en toe maakt het de Volwassene nog steeds boos. Waarom ben ik, zijn wij niet gewoon normaal, zoals er zoveel andere gewone gezinnen zijn? Waarom is het bij ons allemaal zo complex? Vooral op de Mama blijft  ze boos. Want zij ligt aan de grond van al die ingewikkelde toestanden. Maar de Volwassene weet wel beter dan de Mama daarmee te confronteren. Dat heeft geen zin. De Mama leeft in haar eigen fantasiewereld. Waarin zij een goede moeder is en altijd goed voor haar kroost heeft gezorgd. En dat kroost is gewoon ondankbaar. Ze zijn tegen haar zoals haar moeder ook altijd tegen haar is geweest.

Het is eigenlijk zelfs geen fantasiewereld, beseft de Volwassene. Zij en de Broers enzussen zien dat zo omdat haar wereld niet beantwoord aan hun realiteit. Maar voor de Mama is dat wel de realiteit. De Volwassene zal ooit vergeten hoe de Psychologe haar vroeg om zich te proberen dat voor te stellen, om zich in te leven in de wereld van haar Mama. Ze vond dat erg moeilijk. Het blijft ook moeilijk, al begrijpt ze het al wel beter dan in het begin. Er blijft wel een gevoel van onmacht en dat het niet eerlijk is.

Het IS niet eerlijk. Je kan de Mama niet ter verantwoording roepen omdat dat watmisdaan werd in haar realiteit niet bestaat of geen misdaad is. En dat betekent onmacht. Het betekent moeten leven met een misdaad die niet bestraft is, en zelfs niet bestraft kan worden. Leven met een Kind dat wil dat wie schuldig is op zijn minst zijn schuld bekent. En een Volwassene die weet dat dat niet kan. Wat zou het gemakkelijk zijn, denk de Volwassene soms, als zij nog steeds gelovig zou zijn. Als ze zou kunnen geloven dat de Mama nu misschien haar straf ontloopt maar dat ze ooit, na haar dood, toch verantwoording zal moeten afleggen over wat ze gedaan heeft en gelaten. Maar de Volwassene gelooft niet. En zij wil het Kind niks wijsmaken dat ze zelf niet gelooft.

Even, heel even worden Kind en Volwassene Ik. Ik die beseft dat de Volwassene hetverhaal van het Kind aan de wereld vertelt en blijft vertellen in de hoop dat dat het Kindsust. Maar die tegelijk beseft dat dat niet helpt. Ik weet dat het enige wat echt kanhelpen is als de Volwassene aan het Kind kan duidelijk maken dat het is zoals het is: dat er een schuld is die die nooit gedelgd kan worden. Dat dat niet betekent dat die schuld niet bestaat. Alleen dat diegene die schuldig is, niet gestraft kan worden. Maar hoe maak je dat duidelijk aan dat Kind, met haar sterke zin voor rechtvaardigheid...

16:32 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-09-04

Erfrecht, rechtvaardigheid en waarheid

De notaris had eigenlijk weinig te vertellen. In tegenstelling tot wat hij zei toen deVolwassene hem belde, had hij wat hij zei eigenlijk gemakkelijk aan de telefoon kunnenuitleggen... Het huis samen met Oudste Zus kopen kan niet, om de eenvoudige reden dat de Volwassene het niet koop maar erft. Dat zij de Mama moet uitkopen is iets anders. Jammer.

Wat hij verder nog zei, wist de Volwassene ondertussen al. Omdat zij geen kinderenheeft, kan zij wie ze maar wil als erfgenaam kiezen. Maar als de Volwassene voor haarmoeder sterft, is zij wel de meest bevoorrechte erfgenaam. Zij heeft sowieso recht op 1/4 van wat de Volwassene nalaat. Dat is toch niet eerlijk, zei Oudste Zus. Tja, inderdaad. Net zomin als het eerlijk is dat de Mama 3/4de van Oma's nalatenschap krijgt. Er zijn maar heel weinig omstandigheden waarin iemand effectief zijn erfrecht kan verliezen. Een daarvan is poging tot moord of doodslag op degene van wie je erft.

Heeft ze gedaan... Zo erg is ze... Enkele maanden na Opa's dood probeerde ze in een vlaag van coleire Oma te overrijden. Voor de ogen van de Volwassene. Zoiets staat voor de rest van je leven op je netvlies gegrift, weet de Volwassene. Alleen, het valt niet meer te bewijzen. Oma heeft geen klacht ingediend. De Mama wel tegen de Volwassene, omdat zij haar daarna een serieuze pandoering heb gegeven. Laat u niet misleiden: de Volwassene doet normaal geen vlieg kwaad, maar raak niet aan wie haar lief is. Zij moest toen bij de politie gaan uitleggen waarom ze dat gedaan had. Dat heeft de Volwassene gedaan, en verder nooit meer iets van gehoord. Ze veronderstelt dat haar reden gegrond was. En dat ze de Mama hebben geadviseerd om haar klep maar toe te houden, gezien ze toch al geluk had dat Oma geen klacht had neergelegd. 

Dat maakt de Volwassene soms zo kwaad op de Mama. She gets away with anything. Sorry, blijkbaar heeft de Volwassene niet alleen moeite om dingen te onthouden. Het komt ook voor dat ze het wel weet, maar dan wel in een andere taal dan het Nederlands... Ooit heeft ze ettelijke weken lopen zoeken op een specerij, waarvan ze zich alleen de Duitse naam kon herinneren. Ze had het natuurlijk kunnen opzoeken in een woordenboek, maar koppig als ze is, wou de Volwassene dat het vanzelf zou terugkomen...

In ieder geval, de Mama always gets away with it. Wat het ook is. Ofwel kletst ze zich eruit. Ofwel speelt ze het arme slachtoffer met veel tranen. Of ze ontkomt, omdat haar slachtoffers niets ondernemen. Bijvoorbeeld toen ze de handtekening van een van mijn broers had vervalst. Hij stond zogezegd borg voor haar, dus op een dag stond dedeurwaarder bij hem.

Misschien is net dat de reden waarom de Mama het Kind absoluut niet kan hebben. Noch de Volwassene noch het Kind zouden ooit zoiets van de Mama hebben gepikt, zonder haar ervoor te laten boeten. Daarvoor hebben het Kind en de Volwassene een te sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Als kleuter al, zei het Kind tegen de Mama dat ze niets te zoeken had in het huis van Oma en Opa en dat ze er zeker niet in de kasten mocht snuffelen.

Wellicht is dat ook de reden waarom de Mama zo goed was om de Volwassene een deel van de uitkoopsom terug te willen schenken. Officieel is de reden natuurlijk dat zij haar dochter wil helpen... De Volwassene krijgt altijd een wrange smaak in de mond als ze de Mama zo'n dingen hoort zeggen. Zo'n dingen zegt ze ook alleen als er mensen bij zijn op wie de Mama een goede indruk wil maken. Zelfs de Volwassene heeft het afgeleerd om daar steeds op te reageren. Je blijft bezig. En helpen doet het ook niet. de mama leeft in haar eigen fantasiewereld waarin zij een schitterende moeder is, die veel beter met haar kinderen omgaat dan haar moeder het met haar deed. waarin zij het slachtoffer is, van die boze moeder in de eerste plaats, die altijd een pik op haar had, en in wiens ogen ze nooit eens iets goeds kon doen. En de rest van de wereld is ook tegen haar. Ook haar kinderen, voor wie ze altijd zo goed heeft gezorgd, zijn tegen haar en verwijten haar vanalles dat niet waar is.

De Volwassene begrijpt dat niet. Hoe kan de mama zo in haar eigen leugens geloven? Geen spoor van de uren en dagen pijnlijk zelfonderzoek, waar de Volwassene zelf mee te kampen heeft. Het Kind heeft het heel moeilijk met het begrip waarheid. Het weet niet wat dat is. Al wat zij over zichzelf kan zeggen of denken, kan door anderen ontkracht worden, schijnbaar moeiteloos. En voooral overtuigend. Zo overtuigend dat het Kind nooit heeft kunnen leren wat waar is en wat niet. Daarvoor heeft zij de Volwassene moeten ontwikkelen. En zelfs die heeft het er nog steeds moeilijk mee.

Dat kan je niemand uitleggen, denkt de Volwassene. Hoe dat voelt, als je niet weet wat waar is en wat niet. Als je niet kan geloven in je eigen mening. Als je niet durft tegeloven dat wat je hebt meegemaakt echt en waarachtig is. De haast onoverkomelijkeonzekerheid waarmee je dan in de wereld staat. Vaak kan het Kind enkel een eigen mening hebben in geschreven taal. Omdat er dan niemand is die tegenspreekt. Niemand die zegt dat het niet waar is, dat je het verkeerd ziet. Tenminste niet onmiddellijk. Dat kleine beetje afstand tussen uitspraak en reactie heeft het Kind nodig. Eigenlijk heeft ze iemand nodig die luistert en niet (ver)oordeelt. Een oor dat onvoorwaardelijk luistert.

Eigenlijk is het de onvoorwaardelijke liefde van een moeder voor haar kind. Dat heeft het Kind nooit gekend. Ook bij Oma niet, die altijd met haar oordeel klaar stond. dat heeft de Volwassene haar vergeven, omdat ze weet dat Oma dat niet uit gebrek aan liefde deed. Maar dat neemt niet weg dat het Kind nooit die warme veiligheid gekend heeft van graag gezien te worden, zondermeer. Nooit. En dat is heel erg. Dat heeft de Psychologe de Volwassene geleerd. En nog steeds gelooft die het  niet helemaal.

01:52 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-08-04

Oudste Zus

Maandag belde Oudste Zus de Volwassene, omdat zij twee problemen had. Ten eerste had Oudste Zus een zware aanval van sinusitis. Ze voelde zich dus allesbehalve goed en vroeg of de Volwassene voor haar boodschappen wou doen. Natuurlijk wou de Volwassene dat doen.

En dan was er nog een ander probleem. Oudste Zus vroeg of ze van de Volwassene even wat geld kon lenen. Inwendig glimlachte de Volwassene. Ze wist dat dit vroeg of laat zou gebeuren. Vroeger ging Oudste Zus altijd naar Oma. Toen Oma stierf had de Volwassene Oudste Zus beloofd dat zij voor haar zou zorgen zo goed en kwaad als ze kon. En dat zal ze ook. Ze heeft niet de middelen noch de onbaatzuchtigheid van Oma. Oma die gaf en gaf zonder iets terug te verwachten. De Volwassene kent zichzelf, zij weet dat zij zo niet is. Maar ze weet wel dat ze Oudste Zus en haar zoon doodgraag ziet en dat ze daarom voor hen altijd zou doen wat ze kon. Oudste Zus mag op haar twee oren slapen (hoewel dat nu met de opgezwollen kaak niet aan te raden is), De Volwassene zal voor haar zorgen. Op haar manier. Maar met evenveel liefde.

04:03 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-08-04

Over toppen en dalen

De Volwassene weet zich geen raad met zichzelf. Vorig jaar na haar ontslag had ze het al erg moeilijk. Maar nu is het nog veel erger. Zeer zware slaapproblemen op nieuw.Gisteren is ze meer dan 24 uur wakker gebleven. Ze had gedacht, gehoopt dat ze na een nacht en een dag zonder slaap wel zou omvallen van vermoeidheid. Maar nee. Het duurde even lang als anders voor ze de slaap kon vatten. Eens ze sliep, sliep ze wel goed. Pas om 17u is ze opgestaan. Zo was het vorig jaar ook. Toen sliep ze vaker overdag dan 's nachts. Het had geduurd tot ze nieuwe medicatie kreeg. Die neemt ze nu nog steeds, maar helpen doet het niet. Ze heeft al eens aan haar Huisarts gevraagd of de dosis misschien zou moeten verhoogd worden. Maar hij dacht dat dat niet veel zou uithalen.

Maar wat nog erger is, ze verwaarloost zichzelf. Zelfs hier, onder de beschutting vanbetrekkelijke anonimiteit, durft ze niet toe te geven hoezeer. Niemand weet het, alleenzijzelf en zij schaamt zich diep. Maar het verhelpen kan ze ook niet. Ik ben heel diepgezakt, denkt ze, en ze breekt zich het hoofd erover hoe ze zichzelf uit dit dal moethalen.

Dal. Het woord alleen al herinnert haar aan het vreselijke woord 'depressie'. Ietswaarmee ze in haar leven al veel te vaak geconfronteerd was geweest. Het woord dat haar Huisarts en zijn collegae veel te vaak naar haar zin in de mond namen. Maar, denkt de Volwassene, als ik mezelf nu zou zien door de ogen van iemand anders, wat zou ik dan denken.

Het antwoord op die vraag maakte dat ze uit haar bed kwam, waar ze toch maar lag te draaien, en hier nu op dit vroege uur achter haar pc zit. Omdat ze dacht dat het haarmisschien zou helpen als ze erover zou schrijven. Dat raadt de Psychologe tocgh altijdaan. En ze moet toegeven dat het haar inderdaad al vaak geholpen heeft.

Als ik mezelf zou zien, nu, door de ogen van iemand anders, dan zou ik me serieuszorgen maken, denkt de Volwassene. Maar niemand lijkt zich zorgen over haar te maken. Dat is het grootste verdriet van haar leven. Dat niemand het ooit lijkt te merken als het niet goed met haar gaat. Zelfs zijzelf niet, merkt ze schamper op. Want dat is het uiteindelijk. Al heel haar leven lang heeft ze zich sterk gehouden. Geen wonder dat mensen niets merken, het is ook niet alsof ze iets laat blijken. Maar nu slaagt ze er zelfs al in zichzelf te verschalken. Want het is pas nu, door even die oefening te maken, zichzelf te bekijken alsof ze iemand anders is, dat ze beseft heeft hoe erg het is. En ze weet ook dat dit gevoel van helderheid wellicht niet lang zal duren. Het gros van haar tijd brengt ze in een soort roes door: veel slapen, veel lezen, tussendoor wat foto's maken, blogjes lezen en onderhouden en andere internetactiviteiten.

Ook dat was vorig jaar zo. De Volwassene weet dat het eigenlijk niet echt de pillenwaren die haar toen geholpen hebben. Het is iets wat je zelf moet doen. Het diepste dalvan de depressie, daar hoeft ze niet meer voor te vrezen. Ze is daar geweest en is ervanteruggekomen, letterlijk én figuurlijk. Maar de apathie waar ze sindsdien soms aan lijdt,valt dat niet evengoed onder de noemer depressie? Als ze eerlijk is moet ze toegeven van wel. Maar het is een ander soort depressie. Niet de neerslachtige soort. Want neerslachtig of wanhopig voelt ze zich niet. Misschien dat de pillen dat onderdrukken.

Maar wat moet ik ermee, denkt de Volwassene. De psychologe zegt vaak dat ze zal moeten leren op een andere manier om te gaan met stress en zo. Want je kan wel proberen zoveel mogelijk stress te vermijden, maar helemaal stressvrij kan je leven nu eenmaal nooit zijn. Maar de Volwassene vraagt zich steeds weer af of het aan haarzelf ligt. Ze heeft het gevoel dat ze haar best doet. Kijk maar naar vorig jaar. Uiteindelijk is ze toen toch weer uit dat dal gekropen. Alleen, het heeft niet lang geduurd. Amper enkele weken heeft ze gehad, voor de volgende mokerslag zich aandiende.

Naar haar gevoel ligt daar het probleem. Al heel haar leven lang, altijd weer hetzelfde patroon. Er overkomt haar iets. Iets waarvan zelfs de Psychologe moet toegeven dat het normaal is dat je daarvan onder de voeten bent. Maar ze is sterk, ze herpakt zich, herstelt. En net als ze begint te denken dat ze erbovenop komt: boem-patat, een nieuwe mokerslag.

Het is haar gevoeligheid, denkt de Volwassene. Die maakt dat alles veel harder aankomt dan bij sommige andere mensen. Maar kan ze daar iets aan veranderen? Meer zelfs, wil ze daar wel iets aan veranderen? Ze heeft het ooit al tegen de Psychologe gezegd: die gevoeligheid is tegelijk een gave en een vloek. Haar gevoeligheid stelt haar in staat om gedichten te schrijven die mensen heel diep raken. Dat is prachtig, als je dat kan Ze zou dan ook echt niet anders willen zijn. Maar ze weet ook dat ze daar een heel zware prijs voor betaalt. Want diezelfde gevoeligheid maakt dat ze ook door diepe dalen heen moet gaan. Even diep als de toppen hoog zijn.

Uiteindelijk denkt de Volwassene, kan ik niets anders doen dan het accepteren. Aanvaarden dat ik nu weer door een diep dal heen moet. Omdat je met die dalen de toppenbetaalt. En op dezelfde manier begint ze te aanvaarden dat ze er ook met haar gezondheid voor betaalt. Ze gelooft niet meer dat ze nog 'beter' zal worden en, als ze heel eerlijk is, ze gelooft ook niet dat ze lang zal leven. Ze heeft het gevoel dat ze zichzelf opbrandt. Of liever, dat ze zichzelf ver-brandt. Aan een wereld die niet bedoeld is om er met een dergelijke gevoeligheid in te leven. Maar die anderzijds schitterend is om door dergelijke ogen aanschouwd te worden. Nu goed, denkt de Volwassene, als dat de prijs is die ik ervoor moet betalen, dan moet dat maar. De toppen kosten dalen. Het leven kost de dood.

06:08 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-08-04

Volhouden

De Volwassene kan niet slapen. Stress houdt haar wakker. Ze voelt zich overvraagd. Er is te veel dat ze moet doen. Zou moeten doen. Maar ze komt er niet aan toe. Het is weer net zoals toen ik nog werkte, denkt ze. Ook toen, dat laatste jaar, ging het niet meer. Te veel taken, die uitgevoerd moesten worden. Met een lichaam dat niet meewil. Dat altijd maar rust vraagt.

En ze wist van bij het begin dat dit zou gebeuren. Dat het haar teveel zou worden. Alsinds december 2003 is ze constant bezig geweest. En nu kan ze niet meer. Terwijl iedereen aan haar trekt en duwt. Dit moet gebeuren, dat moet gedaan worden.

Ze blokkeert erop, telkens weer. Maar waarom dan, vroeg de Psychologe. Probeer dat eens neer te schrijven. Ok, zei de Volwassene, terwijl ze zich eigenlijk dan al realiseerde dat het haar niet zou lukken. Niet nog meer, dacht ze, ik heb al genoeg dat ik moet doen nu. Eigenlijk is het dat waar ze nu op blokkeert: verwachtingen, vragen, eisen, taken, taken, taken, veel te veel taken. En het lichaam dat niet meewil. Toen alles nog goed met me ging, had ik dat ook wel, zei de Volwassene tegen de Psychologe, dat ik even blokkeerde als ik ergens aan moest beginnen en ik wist niet goed hoe. Maar toen kon ze dat altijd snel overwinnen. Nu niet meer. De volwassene denkt, dat blokkeren is niet het probleem: zodra ze zich daarvan bewust was, kon ze het ombuigen. Maar dat vergt energie. En die heeft ze niet meer.

En dat is momenteel het grootste probleem, denkt de Volwassene. Buiten haar wil om is ze terug terechtgekomen in een situatie waarin ze meer zou moeten kunnen doen, dan ze kan doen. En dat gaat nu eenmaal niet. Ze vindt het verschrikkelijk. Maar ze weet ondertussen ook dat boos zijn op haarzelf de zaken er niet beter op maakt. Alleen goed voor haarzelf zorgen helpt. Het Kind sussen als het begint te panikeren. En dat is heel vaak. Want het Kind voelt dat de Volwassene het momenteel allemaal niet aankan. Dat maakt haar bang, het Kind, een Volwassene, die het niet ziet zitten, en dan panikeert ze.

Dus kalmeert de Volwassene het Kind. Sakkert even op zichzelf als ze door vermoeidheid weer veel tijd verliest. Maar ze staat wel zichzelf toe om te rusten en doet haar best om het zichzelf toch te vergeven. Feliciteert zichzelf als ze toch enkele taken, die ze al heel lang had uitgesteld, eindelijk van haar to-do lijstje heeft kunnen schrappen. Stapje voor stapje, denkt de Volwassene, ook zo gaat het. Het is niet ideaal, maar het is beter dan helemaal niets. En voor de rest moet iedereen haar maar met rust laten. Willen ze er geen begrip voor opbrengen, tja, dan is dat maar zo. Ik heb mezelf niks te verwijten, denkt de Volwassene, ik doe mijn best, het spijt mij ook als dat niet genoeg is, maar beter kan ik nu eenmaal niet. Het is niet jouw schuld, zegt ze tegen zichzelf. Ze blijft het maar tegen zichzelf herhalen. Volhouden, zegt ze tegen zichzelf, je weet dat dit niet zal blijven duren, er zal een moment komen waarop het allemaal voorbij is, de Erfeniskwestie, de renovatie van het huis. Doe het maar rustig op je eigen tempo, ook al proberen ze je op te jagen. Gewoon volhouden, stapje voor stapje, dag per dag.

06:04 Gepost door het kind | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |